Hans van Lunteren, artist at Lange Nieuwstraat 7 (current)
Hans van Lunteren, artist at Lange Nieuwstraat 7 (current)

[Image description: A black and white photograph offers a view of the south-end of the Abraham Dolehof. In it, the branches of a bare tree reaching over the courtyard are mirrored by a web of shadows on the ground below. A dense and bushy garden border frames the courtyard, and in its back corner stands a wooden pergola with the upper stories of neighbouring buildings visible beyond it.]

“Abraham Dolehof as cultural hub ‘avant la lettre’.

Memories from the early days, late seventies.

Around 1977 the municipality of Utrecht started looking for new destinations for the many school buildings that had to close down as people left the city with their children to relocate elsewhere. It is hard to imagine now, but many buildings were empty in the city center. In the Voorstraat, artists could occupy empty shops for less than 100 gilder (apx. 45 EUR) a month.

From school building to cultural hub.

Stichting Huisvesting Kunstenaars (Foundation Housing Artists), then run by one civil servant: Mr. Veldhuizen, who ran this job alongside many others, had a list of artists who were interested in larger studio spaces. This is how he found me and asked if I was interested in occupying one of the classrooms at the Abraham Dolehof.

Together with sculptors Wout Maters, Rien Goené and Jo de Recht de Graaf, I became one of the first users of the new school building, which now had a cultural destination.

Temporary refuge for the homeless.

In the early days the gate to the courtyard was always open, it was a public space, where homeless people found their solitude. One of them stored his tent on the steps leading to the entrance and lived in the courtyard for a couple of months. We gave him access to our toilet and water fountain.

The smell of roasting meatballs.

The only residents of the Abraham Dolehof were Gerrie and Cor who owned the infamous cafe het Pandje on de Nobelstraat. They lived in a house in the corner on the right. The building on the left, which, we were told, used to be the laundry space of the old convent, was in ruins and used as a storage space.

One of the specialties of cafe het Pandje were its meatballs. Every Thursday, Gerrie started roasting those in their kitchen with the window wide-open. Gerrie knew all too well that the mouthwatering scent spread all across the courtyard and offered us some of those delightfully spiced meatballs with Pandjes-mincemeat and homemade tomato ketchup.

The courtyard as a workspace.

Although we all had different artistic visions, we shared a closeness as artists in the courtyard. The larger sculptures were often constructed outside and until the early 2000s all bronze statues were patinated outside because the process released some toxic fumes.

The courtyard as a green oasis.

In the early days of the seventies I was busy developing an experimental park-project entitled Sjanghaipark (1970-now). Based on the ideas of the presence of greenery in Sjanghaipark - to maximise the natural dynamic of a place - I developed the green borders in the courtyard. Across the space I planted seeds which would become trees, and plants which I came across spontaneously also joined the green oasis. I also planted a walnut tree. Sometimes I took a plant from Sjanghaipark and replanted it in the borders of the courtyard. By now this greenery has disappeared as new inhabitants arrived with new ideas about the maintenance of the space.

Only the walnut tree stands as a reminder of my presence.”

– Hans van Lunteren

"Abraham Dolehof als culturele broedplaats ‘avant la lettre’.

Herinnering aan de beginperiode eind jaren 70.

Zo rond 1977 zocht het grondbedrijf van de gemeente Utrecht die het beheer voerde over de schoolgebouwen in de gemeente naar nieuwe bestemmingen voor de scholen die in de binnenstad moesten sluiten vanwege de wegtrekkende bewoners met hun kinderen. Je kan het je nu bijna niet meer voorstellen maar er stond veel leeg in de binnenstad. In de Voorstraat kon je als kunstenaar winkels betrekken die daar leeg stonden voor nog geen 100 gulden (ongeveer 45 euro) per maand.

Van schoolgebouw tot culturele broedplaats.

De Stichting Huisvesting Kunstenaars, toen bemand door één ambtenaar de heer Veldhuizen, die het er een beetje bij deed, had een lijstje van kunstenaars die wat groter gehuisvest wilde worden en zo kwamen ze bij mij of ik een van de klaslokalen van de school aan de Abraham Dolehof als atelier wilde betrekken.

Samen met de beeldhouwer Wout Maters, Rien Goené en Jo de Recht de Graaf waren wij de eerste nieuwe gebruikers van het schoolgebouw die nu een culturele bestemming had gekregen.

Tijdelijke daklozen vrijplaats.

In die begintijd stond de toegangspoort altijd open, het was openbaar gebied, waardoor het voor daklozen daar goed toeven was. Zo heeft een van hen op het bordes voor de toegangsdeur naar de ateliers zijn tent opgeslagen en er een paar maanden gewoond. Toilet en water mocht hij van ons gebruiken.

De geur van gebraden gehaktballetjes.

De enige bewoners van de Abraham Dolehof waren Gerrie en Cor van het roemruchte café het Pandje aan de Nobelstraat. Ze woonde in het huis rechts in de hoek. Het pand links in de hof, waarvan werd verteld dat het vroeger de wasserij was van het voormalige klooster, was bouwvallig en als pakhuis in gebruik.

Een van de specialiteiten van het Pandje waren de gehaktballetjes. Elke donderdag werden zij door Gerrie in hun keuken gebraden met het keukenraam wijd open. Gerrie was zich bewust van de lekkermakende geur die zich in de hof verspreidde en bood ons dan ieder een vers gebraden heerlijk gekruide balletje Pandjes-gehakt met de eveneens zelfgemaakte tomaten ketchup.

De hof als werkplaats.

Alhoewel er grote verschillen waren in artistiek opvattingen was er een grote onderlinge saamhorigheid met betrekking tot de hof. De wat grotere beelden werden soms buiten in de hof in elkaar gezet maar tot begin 2000 werden alle bronzen beelden buiten gepatineerd omdat daarbij nogal giftige dampen vrijkwamen.

De hof een groene oase.

In die periode van eind jaren 70 was ik nog drukdoende met de ontwikkeling van het experimenteel parkproject Sjanghaipark. (1970-heden). Vanuit eenzelfde opvatting over groenontwikkeling als die van het Sjanghaipark - een maximaal inzetten van de natuurlijke dynamiek van de plek - ontwikkelde ik hier langs de randen het groen. Hier en daar plantte ik zaailingen van bomen (essen) die ik elders tegenkwam en allerlei spontaan opkomende planten werden opgenomen in het groenbeeld. Ook plantte ik een walnootboom. Soms nam ik aanplant mee uit het Sjanghaipark. Inmiddels is al dat groen weer verdwenen doordat er nieuwe bewoners kwamen met andere opvattingen.

Alleen de walnoot getuigt nog van mijn aanwezigheid."

– Hans van Lunteren

Hans van Lunteren, Walnut tree in Abraham Dolehof
Image/Afbeelding: Ienke Kastelein

Common Grounds: Story / Heritage
Chapter 2/Hoofdstuk 2: The irresistible shade of the vine
Spring 2020 exhibition program / Tentoonstellingsprogramma voorjaar 2020
Presented by/Gepresenteerd door Casco Art Institute

Casco Art Institute: Working for the Commons

Source
Actions
Connections